Einde arbeidsovereenkomst bij bereiken 65-jarige leeftijd?
Het bereiken van de 65-jarige leeftijd is niet voldoende om aan te nemen dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd, zo oordeelde de kantonrechter te Utrecht op 19 oktober 2011 (LJN: BU3431).
In deze zaak vorderde een werknemer wedertewerkstelling in zijn functie en doorbetaling van zijn salaris nadat hij door de werkgever sinds het bereiken van de 65-jarige leeftijd niet meer tot zijn werk was toegelaten. De werkgever stelde zich onder meer op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege zou zijn geëindigd op de 65-jarige leeftijd vanwege het feit dat dit in de onderneming “gebruikelijk” is. De kantonrechter ging hieraan voorbij. Gekeken moet worden naar hetgeen in de samenleving als geheel gebruikelijk is en dus niet naar hetgeen in de onderneming gebruikelijk is. De kantonrechter geeft aan dat ook al is het niet ongebruikelijk dat werknemers zelf vóór de 65-jarige leeftijd stoppen met werken, de maatschappelijke tendens onder invloed van de discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd inmiddels gericht is op het doorwerken nadat die leeftijd is bereikt. Om deze reden kan niet worden aangenomen dat er een gebruik is (in de zin van artikel 7:667 lid 1 BW) dat arbeidsovereenkomsten bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van rechtswege eindigen. Hieraan doet niet af dat op 65-leeftijd aanspraak kan worden gemaakt op ouderdomspensioen.
Omdat ook het door de werkgever ingediende (voorwaardelijke) ontbindingsverzoek was afgewezen, moest de werknemer weer worden toegelaten tot het werk. Helaas is de ontbindingsbeschikking (nog) niet gepubliceerd, zodat we de overwegingen van de kantonrechter hierover niet kennen.
Overigens kwam de kantonrechter te Dordrecht in april van dit jaar (LJN: BQ2159) nog tot een heel ander oordeel. De kantonrechter te Dordrecht overwoog in een vergelijkbare situatie dat “niet kan worden gezegd dat de regel dat een dienstbetrekking in het algemeen van rechtswege eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, niet langer in overeenstemming is met de rechtsopvatting van brede lagen van de bevolking.” Dat een wetsvoorstel met betrekking tot de verhoging van de AOW-leeftijd is ingediend dat voorziet in een gefaseerde verhoging van de AOW-leeftijd naar eerst 66 jaar en vervolgens naar 67 jaar, doet naar het oordeel van de kantonrechter geen afbreuk aan het thans bestaande gebruik. De kantonrechter te Dordrecht meende dus dat de arbeidsovereenkomst op grond van gebruik wel van rechtswege was geëindigd wegens het bereiken van de 65-jarige leeftijd.
De uitspraak van de kantonrechter te Utrecht lijkt te duiden op een kentering in de rechtspraak waarbij het niet langer zo is dat een arbeidsovereenkomst automatisch eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Uit de overwegingen van de kantonrechter te Utrecht kan ook afgeleid worden dat het bereiken van de 65-jarige leeftijd niet langer zonder meer als een rechtsgeldige reden wordt gezien voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst via de kantonrechter of het UWV Werkbedrijf. Tot nu toe werden verzoeken om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op deze grond vrijwel altijd door kantonrechters gehonoreerd. Ook het UWV heeft in haar beleidsregels (nog) expliciet opgenomen dat het UWV verzoeken om toestemming vanwege het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd zal dienen toe te staan. Mogelijk dat in de nabije toekomst de beleidsregels ook zullen worden aangepast.
Lees ook het artikel in onze nieuwsbrief van april 2008 “65 jaar: doorwerken of stoppen? Waar moet een werkgever op letten?”