Proeftijd verlengen door wijzigen contractsduur toegestaan?
In de wet zijn strenge regels opgenomen over de vraag hoe lang een proeftijd mag duren. Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van minder dan twee jaar is een proeftijd van maximaal één maand mogelijk, bij een arbeidsovereenkomst van twee jaar of langer een proeftijd van maximaal twee maanden. Van deze regels mag, behoudens bij CAO, niet worden afgeweken. Om deze reden wordt ook wel over de “ijzeren proeftijd” gesproken. U kunt hierover meer teruglezen in onze nieuwsbrief van mei 2011.
Veel werkgevers vinden de maximale toegestane proeftijd te kort om te beoordelen of de werknemer al dan niet geschikt is voor de baan. Met name wanneer er twijfels bestaan over de geschiktheid voor de functie, bestaat er behoefte aan het kunnen verlengen van de proeftijd. In sommige gevallen probeert een werkgever dit te bewerkstelligen door de contractsduur te wijzigen. Dit is enkele malen onderwerp van discussie geweest in juridische procedures.
In mei 2010 oordeelde de kantonrechter te Den Bosch (LJN: BN6214) dat de werkgever geen misbruik heeft gemaakt van de proeftijdbepalingen door de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd binnen de proeftijd op te zeggen en aansluitend aan het einde hiervan de werknemer een arbeidsovereenkomst voor de duur van 6 maanden aan te bieden. Van belang hierbij was dat de werkgever de werknemer tijdens de proeftijd al enkele malen had laten weten niet tevreden te zijn over zijn functioneren. Uiteindelijk heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst binnen de proeftijd opgezegd. De werknemer heeft de werkgever vervolgens om een tweede kans gevraagd. Na intern overleg is besloten de werknemer een nieuwe arbeidsovereenkomst aan te bieden voor de duur van 6 maanden. Het initiatief was dus van de werknemer uitgegaan. De werkgever had geen misbruik gemaakt van het proeftijd beding.
In november 2010 oordeelde de kantonrechter te Wageningen (LJN: BO4467) in een door de werknemer aangespannen kort geding procedure dat het omzetten van de duur van een arbeidsovereenkomst in een kortere duur, in strijd is met de in de wet opgenomen bepalingen over de proeftijd. De werknemer in deze zaak had een arbeidsovereenkomst voor de duur van 1 jaar met een proeftijd van 1 maand. Kort voor het einde van de proeftijd liet de werkgever weten te twijfelen aan de geschiktheid van de werknemer voor de overeengekomen functie. De werkgever gaf aan te overwegen de arbeidsovereenkomst binnen de proeftijd te beëindigen, tenzij de werknemer instemde met het omzetten van de arbeidsovereenkomst voor de duur van 1 jaar naar een arbeidsovereenkomst voor de duur van 6 maanden. De kantonrechter was van mening dat de tweede arbeidsovereenkomst in feite fungeerde als een langere proeftijd hetgeen niet is toegestaan. Aangenomen moet dan ook worden dat de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst voor de duur van 1 jaar nog steeds bestaat.
In de door de werkgever aangespannen hoger beroep procedure kwam het Gerechtshof te Arnhem (LJN: BR6498) echter tot een ander oordeel. Het hof is van mening dat het partijen in beginsel vrij staat om bedingen in de arbeidsovereenkomst te wijzigen. Dat geldt ook voor de termijn waarvoor de arbeidsovereenkomst is aangegaan. Dat de werkgever hierbij heeft aangegeven de duur van de arbeidsovereenkomst te willen verkorten omdat hij de capaciteiten van de werknemer aan het eind van de proeftijd (nog) niet voldoende heeft kunnen beoordelen, doet hieraan niet af. Er is naar het oordeel van het hof geen sprake van een verlenging van de proeftijd omdat de werkgever, zoals normaliter wel het geval is bij een proeftijd, de arbeidsovereenkomst niet met onmiddellijke ingang kan opzeggen.