Geen XYZ-formule bij kennelijk onredelijk ontslag
In onze nieuwsbrief van september 2009 hebben wij u laten weten dat een viertal gerechtshoven een nieuwe formule hebben geïntroduceerd om de hoogte van de schadevergoeding bij een kennelijk onredelijk ontslag vast te stellen, de zogenoemde XYZ-formule. De Hoge Raad heeft echter op 12 februari 2010 (LJN: BK4472) geoordeeld dat deze formule niet mag worden toegepast bij de berekening van de ontslagvergoeding.
De uitspraak van de Hoge Raad van 12 februari 2010 kwam niet geheel onverwacht. Op 27 november 2009 (zie ons nieuwsitem van 27 november 2009) had de Hoge Raad (LJN: BJ6596) namelijk al geoordeeld dat de door het Gerechtshof Den Haag ontwikkelde formule, die neerkwam op 70% van de kantonrechtersformule, niet mocht worden toegepast. De redenering van de Hoge Raad daarbij was dat de vergoeding die moet worden toegekend bij kennelijk onredelijk ontslag, moet worden gebaseerd op de bijzondere omstandigheden van het geval. Hierbij past een algemene formule naar het oordeel van de Hoge Raad niet. Dit heeft de Hoge Raad in haar arrest van 12 februari 2010 herhaald.
Eerst worden beoordeeld of er sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag. Alle omstandigheden ten tijde van het ontslag moeten daarbij in aanmerking worden genomen. De enkele omstandigheid dat de werknemer zonder toekenning van een vergoeding is ontslagen, levert in het algemeen geen grond op voor een kennelijk onredelijk ontslag. Er moeten bijzondere omstandigheden zijn die meebrengen dat de nadelige gevolgen van de beëindiging geheel of ten dele voor de werkgever dienen te komen.
De rechter moet nauwkeurig in zijn uitspraak aangeven welke concrete omstandigheden en factoren een rol hebben gespeeld bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding. Hij moet de vergoeding relateren aan de aard en de ernst van het tekortschieten van de werkgever in zijn verplichting als goed werkgever te handelen en aan de daaruit voor de werknemer voortvloeiende (materiële en immateriële) schade. Omdat het steeds gaat om de bijzondere omstandigheden van het geval, mag de rechter de schade niet begroten aan de hand van een algemene formule zoals die door het hof was gehanteerd. De Hoge Raad heeft overigens wel aangegeven dat het mogelijk is een zekere mate van harmonisatie aan te brengen door aan bepaalde duidelijk te benoemen factoren bepaalde financiële gevolgen te verbinden die dan in soortgelijke gevallen kunnen worden toegepast.
Hoewel de rechter dus inzicht zal moeten geven in factoren die een rol hebben gespeeld bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding, blijft de rechter vrij de vergoeding naar billijkheid op een bedrag te begroten. Het is volgens de Hoge Raad niet noodzakelijk een concrete en nauwkeurige schadeberekening te maken.