Nieuwsbrief

Door onderstaande gegevens in te vullen ontvangt u elk kwartaal onze nieuwsbrief.

Naam van uw bedrijf / organisatie
Uw naam
Uw emailadres
 

Schadevergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag

In ons nieuwsitem van 27 november 2009 hebben wij u geïnformeerd over de beslissing van de Hoge Raad dat voor het vaststellen van de schadevergoeding bij een kennelijk onredelijk ontslag niet aangesloten mag worden bij de kantonrechtersformule. Deze formule is volgens de Hoge Raad namelijk bedoeld voor het vaststellen van een vergoeding bij een ontbinding van de arbeidsovereenkomst, welke procedure een ander karakter heeft. Na deze uitspraak hebben een aantal kantonrechters zich moeten buigen over een schadevergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag. Hoe gaan de kantonrechters hier nu mee om?

Op 17 december 2009 (LJN: BK8201) heeft de kantonrechter te Den Bosch onder verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 27 november 2009 bevestigd dat de enkele omstandigheid dat geen vergoeding is toegekend een ontslag niet kennelijk onredelijk maakt. Ook heeft de kantonrechter aangegeven dat de Hoge Raad heeft beslist dat de kantonrechtersformule geen juiste maatstaf oplevert voor het berekenen van de schadevergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag. Omdat de door de werknemer gevorderde schadebedragen uitgaan van de kantonrechtersformule, zijn deze naar het oordeel van de kantonrechter dus niet toewijsbaar. De werknemer kreeg overigens wel een schadevergoeding, namelijk een bedrag van € 15.000 in plaats van de gevorderde € 85.525. Dit was gebaseerd op het feit dat de werkgever de WAO uitkering (onverplicht) geruime tijd had aangevuld waardoor de werknemer gewend was geraakt aan zijn inkomen. De werkgever had dan ook een afbouwregeling moeten aanbieden.

Ook de kantonrechter te Zwolle heeft op 24 december 2009 (LJN: BK 8633) de vordering van een werknemer die een schadevergoeding uit hoofde van kennelijk ontslag vorderde van € 65.912 bruto, afgewezen, omdat deze ten onrechte was gebaseerd op de kantonrechtersformule. Er wordt een vergoeding toegekend gebaseerd op de inkomensschade van de werknemer. De kantonrechter achtte een vergoeding van € 25.000 passend.

Zoals uit de voornoemde uitspraken blijkt, kan een vordering uit hoofde van kennelijk onredelijk ontslag niet zo maar meer worden gebaseerd op de kantonrechtersformule. De werknemer zal, naast het aantonen van het kennelijk onredelijk ontslag, zijn vordering moeten baseren op de schade die hij leidt door het ontslag. Het vorderen van een schadevergoeding uit hoofde van kennelijk onredelijk ontslag is dus sinds de uitspraak van de Hoge Raad een stuk lastiger. De uitspraak van de Hoge Raad zag overigens op een arrest van het Gerechtshof Den Haag. Medio februari 2010 zal de Hoge Raad nog uitspraak moeten doen over een berekeningsmethode (de zogenoemde X*Y*Z formule) ontwikkeld door een viertal andere gerechtshoven. Wij verwachten echter dat de Hoge Raad ook de arresten van deze gerechtshoven zal vernietigen omdat deze van een vaste formule uitgaan bij het berekenen van een kennelijk onredelijk ontslag vergoeding.

Wij houden u uiteraard op de hoogte.