Loon doorbetalen bij ziekte als gevolg van drugsgebruik
Kantonrechter Utrecht, 7 juli 2008, LJN BD6492
Zowel in onze nieuwsbrief van september 2007 als in de actualiteiten van september 2007 hebben wij aandacht besteed aan de vraag of een werkgever verplicht is het salaris van een zieke werknemer door te betalen indien de ziekte een gevolg is van alcohol- of drugsverslaving. Gesteld zou kunnen worden dat er sprake is van “opzet” waardoor het recht op doorbetaling van salaris komt te vervallen. In onze berichten van september 2007 hebben wij aangegeven dat rechters zeer terughoudend zijn bij het aannemen van opzet bij ziekte als gevolg van alcohol- of drugsverslaving. Om opzet aan te kunnen nemen, dient de opzet van de werknemer gericht te zijn op het ziek worden. Dat terughoudend wordt omgegaan met het aannemen van opzet bij alcohol- of drugsverslaving blijkt uit een recente uitspraak van de kantonrechter te Utrecht.
De werkneemster in deze zaak was op 1 november 2007 in dienst getreden voor de duur van een jaar. Op 18 februari 2008 meldde de werkneemster zich ziek. Zij werd wegens een verhoogde bloeddruk opgenomen in het ziekenhuis en daarna ter detoxificatie in het Centrum Maliebaan in Utrecht. Aansluitend is werkneemster opgenomen in een behandelingsinstelling alwaar zij tot eind januari 2009 intramuraal zou worden behandeld. De werkgever staakte de loonbetaling om de reden dat werkneemster haar verslaving zelf in de hand heeft gewerkt en haar ziekte daarom door een aan opzet gelijk te stellen mate van eigen schuld is veroorzaakt.
In de door de werkneemster opgestarte procedure verwees de werkgever naar de uitspraak van de kantonrechter te Gouda d.d. 23 augustus 2007 (JAR 2007,237). Deze uitspraak behandelden wij in het nieuwsbericht van 18 september 2007. De kantonrechter te Gouda was in de aan hem voorgelegde zaak van mening dat de ziekte van de werknemer was veroorzaakt door zijn opzet, of in ieder geval een met opzet gelijk te stellen ernstige mate van schuld. De kantonrechter was van mening dat psychische problemen geen rechtvaardiging opleveren voor verslaving en verder dat verslaving pas ontstaat na langdurig en het op betrekkelijk grote schaal gebruiken van deze middelen. De werknemer zou derhalve bij vol bewustzijn hebben gekozen voor een zodanig middelengebruik dat daaruit een verslaving ontstaat.
De kantonrechter te Utrecht merkte uitdrukkelijk op dat hij het oordeel van de kantonrechter te Gouda niet deelde. De kantonrechter was van mening dat als er andere beweegredenen zijn om drugs te (gaan en blijven) gebruiken, dat in de regel mee brengt dat het oogmerk niet – althans niet alleen – gericht was op het veroorzaken van de ziekte. Verder maakte de voorziene duur van de klinische behandeling van werkneemster voldoende aannemelijk dat er naast drugsafhankelijkheid sprake is van psychische problematiek. Deze psychische problematiek was, zo stelde de kantonrechter, kennelijk van zodanige ernst dat een langdurige behandeling noodzakelijk is. Om die reden ligt het niet voor de hand aan te nemen dat de opzet van de werkneemster gericht was op het veroorzaken van de ziekte. De werkgever moest het salaris van de werkneemster dan ook doorbetalen.