Werkgever mag verkeersboetes op werknemer verhalen!
HR 13 juni 2008 (LJN BC8791)De Hoge Raad heeft op 13 juni jl. een belangrijke uitspraak gedaan over de vraag of werkgevers verkeersboetes mogen verhalen op de werknemers die de overtredingen hebben gegaan. Het ging in deze zaak om een chauffeur van TPG Post Transport die tijdens werktijd in een hem door TPG ter beschikking gestelde auto relatief kleine verkeersovertredingen had begaan. Omdat het kenteken van de auto op naam van TPG stond, waren de verkeersboetes voor deze snelheidsovertredingen op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) aan TPG opgelegd. TPG heeft de boetes op de werknemer verhaald, waarmee de werknemer het niet eens was.
Gerechtshof Den Haag
Het gerechtshof Den Haag oordeelde op 12 mei 2006 dat TPG Post boetes opgelegd wegens (snelheids)overtredingen niet op de werknemers mag verhalen, tenzij er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemers in de zin van artikel 7:661 BW. Het hof volgde hiermee de lijn van een eerdere uitspraak van de (belastingkamer van de) Hoge Raad. Opmerkelijk in de uitspraak van het hof was dat het hof expliciet overwoog dat bij een overschrijding van de maximum snelheid tot 10 km per uur in zijn algemeenheid geen sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Bij een overschrijding van de maximum snelheid vanaf 10 km per uur is er in beginsel wel sprake van opzet of daarmee gelijk te stellen schuld, aldus het hof. Op grond van deze uitspraak van het hof zouden snelheidsovertredingen tot 10 kilometer per uur dus in beginsel voor rekening van de werkgever komen.
Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelt echter anders en vernietigt de uitspraak van het gerechtshof. De Hoge Raad heeft zich bij haar oordeel mede gebaseerd op de wetsgeschiedenis van de WAHV. Het hoogste gerechtscollege overwoog dat de wetgever bij de invoering van de WAHV niet heeft beoogd de werkgever voortaan te laten opdraaien voor de verkeersboetes veroorzaakt door de werknemer. Er zou anders bovendien een niet te verklaren onderscheid ontstaan tussen werknemers met een auto van de zaak en werknemers met een eigen auto. Werknemers met een eigen auto krijgen immers altijd zelf de verkeersboetes, ook als de verkeersovertreding is begaan tijdens een “zakelijke rit”. Niet uit te sluiten valt echter dat de werkgever onder bijzondere omstandigheden wel gehouden is de boete voor haar rekening te nemen, bijvoorbeeld als de werkgever het begaan van de overtreding heeft bevorderd, aldus de Hoge Raad.
Conclusie
De conclusie is dat werknemers zelf verantwoordelijk zijn voor (snelheids)overtredingen die zij begaan in de uitvoering van hun werkzaamheden. Als werkgever kunt u dus de aan u opgelegde boetes verhalen op de werknemer die de overtreding heeft begaan. Vermijd echter het geven van niet haalbare opdrachten waarbij een werknemer min of meer gedwongen wordt de snelheidslimieten te overtreden. In dat geval bent u namelijk op grond van artikel 7:611 BW wel verplicht de boete voor uw rekening te nemen.