Opeten cashewnootje leidt niet tot rechtsgeldig
ontslag op staande voet!!
Recent heeft de kantonrechter Haarlem (22 januari 2008) geoordeeld
dat het opeten van retour gekomen cashewnoten geen ontslag op staande
voet rechtvaardigt. In een eerdere uitspraak hield een om het opeten
van een geopend zakje noten gegeven ontslag wel stand. Een vrijwel identiek
feitencomplex, met een verschillende uitkomst.
Kantonrechters hebben vaker moeten oordelen over de vraag of een gegevens
ontslag op staande voet bij diefstal van object met een geringe waarde
stand hield. Zo werd het stelen van een pen (JAR 2003/80), het weggeven
van een tijgerbrood (JAR 1995/166) of het opeten van een geopend zakje
noten (JAR 2001/9) als geldige dringende reden voor ontslag op staande
voet gekwalificeerd. Het stelen van twee blikken motorolie (JAR 2000/45),
het stelen van een watersproeier (JAR 2005/162) of 30 liter benzine
(JAR 1995/164) werd echter níet als dringende reden aangemerkt.
In de zaken waarin het ontslag op staande voet stand hield, was de kantonrechter
van mening dat ondanks het geringe vergrijp en de verder voortreffelijke
staat van dienst van de werknemer, de werkgever gerechtigd is in dergelijke
kwesties een consequent en strikt beleid door te voeren, voorzover de
werknemer hiervan op de hoogte is gesteld. Belangrijk is wel dat de
werkgever het stringente beleid consequent toepast binnen haar organisaties
en geen uitzonderingen maakt.
De Haarlemse kantonrechter oordeelt echter dat ondanks een strikt beleid
óók gekeken moet worden naar de persoonlijke omstandigheden
van de werknemer. De kantonrechter neemt daarbij in aanmerking dat de
werknemer al vijf jaar naar tevredenheid functioneert én de financiële
problemen waarin het gezin van werknemer door het ontslag zou geraken.
In de uitspraken waarin de kantonrechter van mening was dat het ontslag
op staande voet geen stand hield, hebben voornamelijk de persoonlijke
omstandigheden van de werknemers (verkeren in financiële nood,
onbesproken dienstverband of vlak voor pensioen) of de eerdere gedoogcultuur
van de werkgever ertoe geleid dat de diefstal niet als dringend werd
gekwalificeerd.
<<
Terug naar Legal News