Bedrog over ziekte loont niet!
Dat bedrog over ziekte niet loont, blijkt maar weer uit de uitspraak van de kantonrechter te Delft van 6 december 2007. De werknemer in deze zaak was sinds 1991 bij de werkgever in dienst als medewerker postkamer. Op 15 december 2004 meldde de werknemer zich ziek met rug- en mobiliteits-klachten. De bedrijfsarts was van mening dat de klachten en beperkingen onverminderd aanwezig waren en de werknemer ongeschikt was voor het verrichten van zijn werkzaamheden. Omdat werkgever het vermoeden had dat werknemer de ziektebegeleiding opzettelijk frustreerde, heeft werkgever bedrijfsrecherche ingeschakeld om te onderzoeken of werknemer al dan niet onrechtmatig handelde.
De werknemer is vervolgens geobserveerd waarbij video-opnamen zijn gemaakt. De aandacht was daarbij vooral gericht op de wijze waarop werknemer liep. Werknemer had voortdurend aangegeven veel moeite met lopen en veel pijn te hebben en niet in een auto te kunnen rijden. Uit de observaties bleek dat werknemer meerdere malen zowel vóór als ná zijn bezoeken aan de arbo-arts en zijn werkgever opvallend moeilijker liep in vergelijking met zijn manier van lopen buiten het gezichtsveld van de arbo-arts en de werkgever. Ook werd werknemer meerdere malen achter het stuur in de auto gesignaleerd.
Werkgever heeft werknemer vervolgens op staande voet ontslagen om de reden dat hij werkgever heeft misleid omtrent de beperkingen waarmee hij kampte en dat hij zijn arbeidsongeschiktheid heeft voorgewend. Werknemer heeft de vernietigbaarheid van het gegeven ontslag op staande voet ingeroepen en doorbetaling van het salaris gevorderd. Deze vordering is in kort geding toegewezen. De bodemprocedure leidde echter tot een heel andere uitkomst.
De kantonrechter was van oordeel dat de video-opnamen gebruikt mochten worden. Van een niet-toelaatbare inbreuk op het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer was naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. Dit omdat het ging om beelden van de werknemer op de openbare weg gemaakt. De kantonrechter oordeelde dat de video-opnamen gerede twijfel geven omtrent de arbeidsongeschiktheid van werknemer.
De door de kantonrechter ingeschakelde deskundigen konden geen neurologische oorzaak voor de door werknemer aangegeven pijnklachten vaststellen en de verschillen in bewegingspatroon zoals vastgelegd in de videobeelden. De kantonrechter oordeelde dat uit de deskundigenrapportages volgt dat werknemer slechts geringe klachten en beperkingen had, die geen redelijke verklaring vormden voor hetgeen werknemer zijn werkgever voor had gehouden. Werkgever mocht de handelwijze aanmerken als misleiding en het voorwenden van een arbeidsongeschiktheid die niet bestond. Werknemer was dus rechtsgeldig op staande voet ontslagen en de loonvordering van de werknemer werd afgewezen. De werknemer werd tevens veroordeeld in de kosten van de procedure, waaronder de kosten van de deskundigenrapportages van € 5.647,50.
De kantonrechter oordeelde verder dat het inschakelen van een extern bureau om observaties uit te voeren een doelmatig middel was gelet op het vermoeden van het misleiden van de werkgever. Omdat werknemer onrechtmatig had gehandeld jegens zijn werkgever, was werknemer gehouden de schade bestaande uit de onderzoekskosten ad € 11.065,81 te vergoeden. Verder moest werknemer aan werkgever betalen een bedrag van ad € 2.771,00 omdat hij zijn werkgever een dringende reden had gegeven om hem op staande voet te ontslaan. Door het voorwenden van arbeidsongeschiktheid is er naar het oordeel van de kantonrechter sprake van opzet of schuld en is werknemer dus schadeplichtig jegens werkgever.
Deze werknemer was liever lui dan moe. Dat kwam hem duur te staan. Boontje komt om zijn loontje zullen we maar zeggen.
Rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton, locatie Delft, 6 december 2007 LJN: BC2229